Hoeveel Meter Uit De Bocht Parkeren
Je kent het wel. Die ochtend, die ene ochtend dat alles net een beetje scheef loopt. De koffie is net niet heet genoeg, de sokken lijken zich in een geheime samenzwering te he...
Je kent het wel. Die ochtend, die ene ochtend dat alles net een beetje scheef loopt. De koffie is net niet heet genoeg, de sokken lijken zich in een geheime samenzwering te hebben verbonden om het grootste paar te ontwijken, en dan komt het moment suprême: het parkeren. Dat moment waarop je voelt dat de hele wereld even stilstaat, om te aanschouwen hoe je met je auto, die trouwe rijdende steiger, letterlijk de bocht uit parkeert. En dan bedoel ik niet een klein beetje scheef. Nee, we hebben het over de "Hoeveel Meter Uit De Bocht Parkeren" categorie.
Het is geen kunst die je op de basisschool leert, hoewel je er soms wel zo’n worsteling bij hebt. Het is een talent, een aangeboren (of juist niet-aangeboren) vaardigheid die zich op de meest ongelegen momenten openbaart. Denk aan die krappe parkeerplek tussen twee glimmende, onberispelijk geparkeerde auto's. De ene is van die buurman die elke auto als een parel koestert, de ander van die dame die zo’n beetje geboren is met een parkeersensor in haar oor. En jij daar, met je auto, die opeens de proporties aanneemt van een… nou ja, laten we zeggen een vrachtwagen die door een speelgoedwinkel manoeuvreert.
Je begint met goede moed. Je kijkt in je spiegels, je manoeuvreert voorzichtig, je voelt de millimeter voor millimeter voortgang. En dan opeens, klik. Ergens in je brein klinkt een alarm. Niet het soort dat je waarschuwt voor naderend onheil, maar meer het soort dat zegt: "Oké, we zijn ergens misgegaan. Waar precies, dat weten we nog niet, maar het is niet goed." Je staat erbij als een ware kunstenaar die per ongeluk een abstract meesterwerk heeft gecreëerd, maar dan met metaal en rubber.
Must Read
De gemiddelde meter uit de bocht is natuurlijk subjectief. Voor de een is tien centimeter al een ramp. Voor de ander is een halve auto op de stoep nog binnen de marges van het acceptabele. Maar we hebben het hier over de echte kampioenen. De mensen die hun auto parkeren met de precisie van een vallende baksteen. Die parkeermeter mag dan wel 2 euro per uur zijn, maar de emotionele kosten van zo’n parkeeractie, die lopen astronomisch op.
Ik heb het zelf meegemaakt, hoor. Vroeger, toen ik nog jong en onstuimig was, en dacht dat elke parkeerplek een persoonlijke uitdaging was. Ik reed een keer een straat in, vol met auto’s, en zag een plekje. Een klein, krap plekje. Ik dacht: "Dit kan ik wel." Binnen drie minuten stond mijn auto er zo schuin bij, dat het leek alsof hij een dutje deed op het trottoir. Mijn achterwiel bungelde gevaarlijk boven de goot, en de voorkant van mijn auto leunde verdacht veel tegen de bumper van mijn voorganger. Ik stapte uit, keek ernaar, en dacht: "Tja. Dat is dus uit de bocht parkeren."
Bocht achteruit rechts - Rijschool Robert Meijer
Het grappige is dat het vaak gebeurt als je nét even te veel haast hebt. De gedachte: "Snel even tussendoor parkeren, dan ben ik zo weer weg." Helaas, die haast is vaak de aartsvijand van elke goede parkeeractie. Het wordt een soort nerveuze dans, een ballet met obstakels, waarbij de muziek opeens heel snel gaat spelen en de choreografie volledig verloren gaat. Je stapt uit, schaamtevol, en hoopt dat niemand het heeft gezien. Maar natuurlijk, altijd wel een paar bewoners die vanuit hun keukenraam toekijken met een mengeling van medelijden en geamuseerde verbazing.
En dan de reactie van je passagier. Als je alleen bent, is het je eigen innerlijke monoloog van zelfverwijt. Maar met passagiers, ach, dan wordt het een heel ander spektakel. De stille, kritische blik. De subtiele suggestie: "Misschien kunnen we het nog een keer proberen?" Of de directe vraag: "Eh, is dit wel de bedoeling?" Je glimlacht dan geveinsd, probeert de situatie te bagatelliseren met een "Ach, het lijkt maar zo," terwijl je in werkelijkheid al de parkeerboete aan het inbeelden bent.
Er zijn verschillende soorten 'uit de bocht parkeren'. Je hebt de "Ik-heb-geen-idee-waar-ik-ben" parkeerder. Die rijdt een straat in, draait met het stuur, en stopt pas als de auto ergens tussen twee stoepranden vastzit, met een band die een gesprek lijkt te voeren met een verkeersbord. Dan heb je de "Ik-zag-die-plek-niet-maar-ik-parkeer-er-toch" parkeerder. Die ziet een opening die net breed genoeg is voor een fiets, en probeert daar met een personenauto in te wurmen, met als resultaat dat de auto dwars over de rijbaan staat.
Welkom op www.antwerpen.be - GEMEENTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE
En natuurlijk de klassieker: de "Parallel parkeren-is-gewoon-een-suggestie" parkeerder. Die auto staat zo schuin dat het lijkt alsof hij probeert te ontsnappen aan de wetten van de fysica. De andere auto's staan als soldaten opgesteld, netjes in het gelid, terwijl deze auto een rebellie tegen de parkeerorde voert. Een meter, twee meter, drie meter uit de bocht. Het is een ware ode aan de chaos, een statement tegen de orde.
Soms vraag je je af of er een geheime cursus is voor dit soort parkeren. Misschien een soort "Masterclass: Hoe Parkeer Ik Mijn Auto Zo Dat Hij Minimaal Twee Andere Auto's Belemmert?" De docenten zouden bestaan uit ervaren parkeer-saboteurs, die je leren hoe je met chirurgische precisie de meest onmogelijke plekken kunt omtoveren tot een parkeerkatastrofe. Ze zouden je leren hoe je de spiegels zo kunt draaien dat je alleen maar meer verwarring ziet, en hoe je de bocht neemt alsof je een enorm, onzichtbaar object probeert te ontwijken.
Je ziet het ook wel eens gebeuren bij supermarkten. Dat moment dat iemand met veel gebaren de auto naar achteren dirigeert, en je al voelt aankomen dat het misgaat. De auto wordt een beetje te enthousiast, draait te ver in, en de volgende stap is dat de auto zo geparkeerd staat dat hij half op het parkeervak van de buurman staat, en de andere helft de doorgang belemmert. En dan komt die parkeerhulp-piep, die opeens verandert in een soort paniekerig gejank. Het is alsof de auto zelf schreeuwt: "Help! Ik zit klem in mijn eigen incompetentie!"
LES 7 Voetgangers - YouTube
Het grappige is dat we er allemaal wel eens schuldig aan zijn geweest, in meer of mindere mate. Zelfs de meest ervaren chauffeurs hebben wel eens een moment van black-out gehad, een kortsluiting in de parkeer-software. Je bent onderweg naar een belangrijke afspraak, je hebt de tijd iets te krap genomen, en dan die ene verdraaide parkeerplek. Je probeert het, je voelt het meteen dat het niet helemaal goed gaat. De draai is te scherp, de afstand te klein. En voordat je het weet, sta je daar, met je auto, die als een dronken zeeman aan wal is gezet.
Je hebt dan nog de keuze. Of je stapt uit, trekt de schouders op, en denkt: "Peut, morgen weer een dag." Of je probeert het nog een keer. En dan gaat het vaak nóg erger. Want de druk is opeens opgevoerd. Je weet dat je het de vorige keer niet goed hebt gedaan, dus nu wil je het bewijzen. Je stuurt te snel, je geeft te veel gas, en voor je het weet, sta je er nog schuiner bij dan voorheen. Het is een soort zelfvervullende voorspelling van parkeer-falen.
En wat te denken van de stoeprand? Die onschuldige, lage rand die vaak het slachtoffer wordt van een parkeeractie die ver uit de bocht is gegaan. Een band die voorzichtig contact maakt met het beton, om vervolgens een paar centimeter te hoog te eindigen. Je hoort dat vertrouwde schrapen, dat geluid dat je bankrekening doet krimpen bij elke millimeter dat de velg de stoeprand raakt. En je denkt: "Daar gaan mijn nieuwe velgen." Het is de stille getuige van een parkeer-ongeval.
Parkeren op doorlopende straat? Blijf uit de bocht! : BIZ Halfweg
De kunst van het parkeren, vooral in die krappe, uitdagende situaties, is iets wat je oefent. Net als fietsen. Je valt een paar keer, je schaaft je knieën, maar uiteindelijk leer je het. Maar parkeren… parkeren lijkt soms een vaardigheid die met de jaren alleen maar slechter wordt, zeker als je niet actief oefent. De jonge, gretige bestuurder die nog vol adrenaline zit, die kan soms met de grootste arrogantie de auto ergens neerzetten. Maar de oudere, wijzere bestuurder… die wordt soms wat voorzichtiger, of juist een beetje te voorzichtig, en dan eindigt de auto alsnog scheef.
Het mooiste is als je dan toch, na veel gefrunnik, eindelijk 'goed' geparkeerd staat. Je hebt die paar meter uit de bocht gecorrigeerd, je staat min of meer recht. Je stapt uit, kijkt nog eens kritisch, en denkt: "Nou, het had slechter gekund." En dat is al een overwinning op zich. Want in de wereld van "Hoeveel Meter Uit De Bocht Parkeren", is een 'redelijk' geparkeerde auto al een ware triomf. Je voelt je een beetje als een atleet die zojuist een gouden medaille heeft gewonnen, ook al heb je alleen maar een auto op een parkeerplaats gezet.
Dus de volgende keer dat je iemand ziet die zijn auto parkeert alsof hij een potje worstelen met de ruimte zelf aan het doen is, denk dan niet meteen: "Wat een slechte chauffeur." Denk eerder: "Ach, die heeft vast ook zo'n ochtend gehad." En geef die persoon een kleine, stille glimlach. Want we zijn allemaal wel eens diegene die meters uit de bocht parkeren. Het is een universele menselijke ervaring, een teken dat we niet perfect zijn, en dat is misschien wel het mooiste van alles. Het maakt het leven, en het parkeren, een stukje minder serieus en een stukje meer amusant. En dat is toch waar het uiteindelijk om gaat? Een beetje lachen om de kleine dingen, zelfs als die kleine dingen uit een paar meter uit de bocht geparkeerde auto bestaan.